Beschrijving
1622, The Hague, manuscript (Dutch), 2 folded leaves in a white wrapper inside a blue folder. Sewn in two positions with twisted parchment strips (strengels). This manuscript is from the collection of A. Hielkema (Leeuwarden). He provided the manuscript with a description of the content and a full transcription. This manuscript provides legal advice concerning the testament of Catharina van Dorp Jansdochter, married to Ottho de Man. She wrote and signed three documents regarding her testament with slight variations but all with the same date (27-08-1599).
The description in Dutch by A. Hielkema:
Kopie van een juridisch advies van rechtsgeleerde E.Exalto in zake de rechtsgeldigheid van drie eigenhandig geschreven testamentaire beschikkingen (uit 1599), gedateerd 18 maart 1622 (kopie gedateerd 20 maart 1622).Catarina van Dorp Jansdochter, laatst gehuwd met Ottho de Man heeft op 27 augustus 1599 een testamentaire beschikking gepasseerd en twee verklaringen en specificaties over de goederen, die haar geinstitueerde erfgenamen zouden genieten en een extract uit een codicil, alle drie eigenhandig geschreven en ondertekend en van een en dezelfde datum (27-8-1599). Hoewel de handgeschreven aktes van dezelfde datum zijn, kan toch worden vastgesteld dat de ene specificatie na de andere is geschreven, omdat het de bedragen voor de eerste drie erfgenamen van 5000 naar 4800 gulden verminderd zijn. Nu kan een testateur eerdere beschikkingen zijn leven lang herroepen, dus over de rechtsgeldig heid kan geen twijfel bestaan. Ook het feit dat eerst gesproken wordt van een termijn van uitbetaling van 1 jaar na de dood van de testatrice en later geen termijn vastgelegd wordt heeft in praktische zin geen effect, aangezien er geen voor- of nadeel bij uitkering na zes weken na overlijden van de testatrice (hetgeen geschiedt is), aangezien er geen boedelhouder is. Voorts zal het overschot van de nalatenschap (na aftrek van legaten, doodschulden enz) zodanig discreet verdeeld worden door de executeur dat hij rekening houdt met de min of meervermogendheid van de erfgenamen.




