Beschrijving
1656, Rotterdam, manuscript (Dutch), 10 pp. in two white wrapper inside a blue folder. This manuscript is from the collection of A. Hielkema (Leeuwarden). He provided the manuscript with a description of the content and a full transcription. This manuscript concerns a legal contract concerning stone mining and stone trade between Ernst Willem en Michiel van den Broeck.
The description in Dutch by A. Hielkema:
Contract betreffende steenhandel tussen Ernst Willem, graaf van Benthem en Philip van den Broeck, raadspensionaris van Groningen als gemachtigde van Michiel van den Broeck, advocaat fiscaal van het college ter admiraliteit te Rotterdam, gedateerd 22 oktober 1656.Het contract tussen de graaf van Benthem en de advocaat fiscial omvat 20 artikelen on regelt de steenhandel die de advocast fiscaal zal uitoefenen in steenkuilen (steengroeven) in het graafschap Benthem. Hij krijgt vergunning om allerlei soorten stoen uit te hakken en te breken en te vervoeren naar Noorthoorn en Zwolle en wel in die hoeveelheden als hij nodig zal hebben en daarvoor zal hij als pacht betalen de somma van 3000 gulden en een recognitie van 1200 gulden, plus een behoorlijke vergoeding voor schuitgeld en een stuiver per voet geëxploiteerde steengroeve en een halve stuiver voor kleine stenen. Tevens wordt bepaald aan wie de steen geleverd kan worden. De ingezetenen van Sentnen moeten bevoorrecht worden in zake arbeid en vervoer en moeten snel voor hun arbeid en diensten betaald worden. De advocant fiscaal leent aan de graaf van Benthem een bedrag van 100000 gulden tegen 3% per jaar, waarmee pacht en andere Lasten verrekend zullen worden. Varder volgen nog bepalingen over wijnkoop, de stapel te Noorthoorn en zwolle en nadere leningen door de graaf.Aantekeningen over het bovenstaande contract en de naleving daarvan door Michiel van den Broeck, waarbij juridisch advies gevraagd wordt, ongedateerd.Onder verwijzing naar het bovenstaande contract worden artikelsgewijs enkele problemen gesignaleerd in de naleving van het contract door de advocaat fiscaal. Zo blijkt dat er onenigheid is ontstaan over de hoeveelheid stenen die uitgehakt of gebroken mogen worden. Van den Broeck zou de graaf ruineren door een te grote hoeveelheid steen uit de groeven te halen, waardoor hij de markt kan beheersen. Bovendien ontloopt hij verplichtingen door de steen te Noorthoorn te laten liggen en andere lasten niet te betalen, waardoor de schuld van de graaf onevenredig hoog blijft en de advocaat meer rente ontvangt dan in de verwachting lag. Bovendien schiet de pachter of zijn vertegenwoordiger tekort in het uit betalen van loan voor arbeid en diensten van de ingezetenen van Benthem, die daar en boven nog onheus behandeld worden. Door al deze moeilijkheden zou de graaf graag het contact op willen zeggen en bovendien vraagt hij advies in zake het vragen van rente aan Van den Broeck door de graaf voor te laat betaalde pachttermijnen en andere lasten en of hij voor zijn ingezetenen kan optreden of dat ingezeten beter zelf hun zaak kunnen bepleiten.


