Beschrijving
1611, The Hague, manuscript (Dutch), 2 folded and sewn leaves in a white wrapper inside a blue folder. This manuscript is from the collection of A. Hielkema (Leeuwarden). He provided the manuscript with a description of the content and a full transcription. This manuscript provides legal advice concerning the testament of Coen Janszoon [van Ophoven] in which his children Jan Coenen and Maritgen Coenen are mentioned.
The description in Dutch by A. Hielkema:
Juridisch advies door R.van Amstelredam en J.Vermeren, betreffende nalatenschap van Coen Janszoon.Coen Janszoon [van Ophoven] heeft per testament van 5 oktober 1611 aan zijn voorkinderen Jan Coenen en Maritgen Coenen geprelegateerd een huis en erf aan de zuidzijde van de Broerhuijslaen in Delft met drie kleine huisjes daarachter en tot zijn erfgenamen geinstitueerd zijn twee bovenvermelde voorkinderen en voorts zijn nakinderen Annitgen en Maritgen Coenen. Daarenboven hebben de twee voorkinderen grote sommen geld van hun vader gekregen, zoals blijkt uit de boedelscheiding tussen de nakinderen en Pieter Pieterszoon Braber, alle drie kinderen en erfgenamen van Aechgen Geerlofsdochter (die laatstelijk gehuwd was met Coen Janszoon) en voornoemde Coen Janszoon. De kwestie is nu welke bedragen ter deling in de boedel van de erflater moeten worden ingebracht, waarbij rekening gehouden moet worden dat aan de nakinderen in elk geval hun legitieme portie kan worden aanbedeeld (testateur institueert immers elke erfgenaam die zijn testament aanvecht tot de legitieme portie). In hun advies stellen de rechtsgeleerden vast dat de voorkinderen het geld dat zij van hun vader gekregen hebben niet in te brengen in de gemene boedel. Wel moeten zij desgevraagd onder ede verklaren hoeveel zij gekregen hebben en bewijs leveren voor deze giften onder de levenden. In geval dat de nakinderen geen legitieme portie uit de nalatenschap kunnen erven zullen de voorkinderen dit tekort uit hun middelen moeten vergoeden, want de legitieme portie moet altijd gegarandeerd blijven, waarbij prelegaat en andere giften ondergeschikt zijn. De nakinderen zullen zelf moeten overleggen of zij zich als erfgenaam van hun vader willen gedragen onder bepalingen van zijn testament of dat zij met een legitieme portie akkoord zullen gaan.Aldus geadviseerd te 's Gravenhage d.d 16 november 1611



