Beschrijving
1676, without place, manuscript (Dutch), 2 folded leaves in a white wrapper inside a blue folder. This manuscript is from the collection of A. Hielkema (Leeuwarden). He provided the manuscript with a description of the content and a full transcription. This manuscript concerns the verdict in the case of Lodewijck Huijgens.
The description in Dutch by A. Hielkema:
Uitspraak van de Raad van het Hof van Holland in de zaak van Lodewijck Huljgens, drost van de stad Gorinchem en dijkgraaf van het land van Arkel.Lodewijck Huijgens, drost van de stad Gorinchem en dijkgraaf van het land van Arkel is door het Hof van Holland op 3 maart 1676 geschorst uit zijn ambten na te zijn gehoord door hetzelfde hof, hoewel hij zich niet bewust was van kwaadaardige opzet. Hij is echter tot het inzicht gekomen, dat hij met meer omzichtigheid had moeten handelen en in plaats van verder te procederen richt hij een verzoek schrift aan het hof om zijn zaak in submissie te ontvangen [een schikking te treffen], hetgeen het hof toestaat. In zijn verzoekschrift somt Huijgens zijn onrechtmatige handelingen op. Hij heeft van verschillende personen bedragen ontvangen bij hun ambtsaanvaarding en anderen heeft hij boetes opgelegd, die hij niet verantwoord heeft in gerechtelijke procedures. Bovendien heeft hij geld ontvangen bij het opleggen van ongelden en andere emolumenten verkregen (zoals een doopgeschenk en het op laten halen van turf). Tot zijn verdediging voert Huijgens aan, dat hij niet uit kwade opzet maar meer uit onwetendheid en onervarenheid heeft gehandeld, daarbij wijzend op andere leden in de regering van Gorinchem en zijn sociale omgeving, die hem voorhielden dat dergelijke praktijken gebruikelijk waren en ook door zijn voorgangers waren getolereerd. Het hof behandelt zijn zaak in submissie en veroordeelt hem alle ontvangen bedragen terug te geven aan de rentmeester van de exploten ten behoeve van de overheid. Huijgens wordt voorts veroordeeld tot een boete van 6000 gulden ten behoeve van de overheid en tot betaling van de onkosten, die begroot worden op 1585 gulden (te betalen aan een van de griffiers van het hof). De voorlopige schorsing uit zijn ambten wordt opgeheven en hem wordt toegestaan zijn ambten in de toekomst op gepaste wijze te vervullen.d.d 3 juli 1676



