Beschrijving
1604, The Hague, manuscript (Dutch), 1 folded leaf in a white wrapper inside a blue folder, with smudges on the back and ruffled edges. This manuscript is from the collection of A. Hielkema (Leeuwarden). He provided the manuscript with a description of the content and a full transcription. This manuscript provides legal advice in a complicated case of inheritance with multiple marriages and several children from the different marriages.
The description in Dutch by A. Hielkema:
Juridisch advies door R.van Amstelredam.Het advies betreft in een ingewikkelde erfeniskwestie. Coen Jansz. is tweemaal gehuwd geweest. Uit zijn eerste huwelijk heeft hij 2 voorkinderen, die hij bij hun huwelijk resp. 2300 gulden boven moeders erfdeel en 1100 gulden boven moeders erfdeel heeft meegegeven. Uit zijn tweede huwelijk met Aechgen Geerlofsdr., een weduwe met 1 voorkind zijn twee kinderen gesproten. Het voorkind van Aegchgen Geerlofdr. heeft ten huwelijk een som van 2300 gulden meegekregen boven vaders erfdeel. De twee nakinderen van Coen en Aechgen hebben elk 3800 gulden bij hun huwelijk genoten. Aechgen Geerlofsdr. is overleden, nalatende tot haar erfgenamen haar voorkind en twee nakinderen. De vraag is wat elk kind moet inbrengen in de gemene boedel om te komen tot een eerlijke boedelscheiding. Coen Jansz. en Aechgen Geerlofsdr. zijn in gemeenschap van goederen getrouwd geweest. De nalatenschap van Aechgen Geerlofsdr. moet naar Hollands gebruik half en half gedeeld worden tussen haar man en haar drie kinderen. Coen Jansz. is gehouden om de 1100 gulden in te brengen die hij aan een van zijn voorkinderen ten huwelijk heeft meegegeven, zonder dat hij de erfgenamen van zijn vrouw kan belasten met de kosten voor hun onderhoud en de bruiloftskosten, die ook uit de gemeenschappelijke boedel betaald zijn. De 2300 gulden, die het voorkind van Aechgen Geerlofdr. heeft meegekregen ter onderstand van het huwelijk moet ook worden ingebracht, zo ook de helft van de 3800 gulden waarmee de twee nakinderen zijn uitgezet. De andere helft moet worden ingebracht in de nalatenschap van Coen Jansz. zelf, zo hij komt te overlijden.Aldus geadviseerd te 's Gravenhage d.d 10 oktober 1604



